Het Arbobesluit artikel 8.4.

(Alleen de, voor de veiligheidssignalisatie, relevante artikelen zijn hier vermeld).

Artikel 3.6 Vluchtwegen en nooduitgangen

1 Doeltreffende maatregelen zijn genomen teneinde het mogelijk te maken dat de werknemer, indien een toestand ontstaat waarin direct gevaar voor zijn veiligheid of gezondheid aanwezig is, zich snel via de kortst mogelijke weg in veiligheid kan stellen.
2 Het aantal, de plaats en de afmetingen van de daartoe beschikbare vluchtwegen en nooduitgangen zijn afhankelijk van het gebruik, de uitrusting en de afmetingen van de arbeidsplaatsen alsmede van het maximum aantal werknemers en andere personen dat zich op deze plaatsen kan ophouden.

Artikel 3.7 Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen

1 Vluchtwegen en nooduitgangen zijn vrij van obstakels.
2 Nooduitgangen kunnen te allen tijde worden geopend.
3 Deuren van nooduitgangen en deuren op het traject van de vluchtwegen zijn op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe te openen.
4 Schuif- en draaideuren worden niet als nooduitgang gebruikt.
5 De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting.
6 De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen.